Hieronder staat een reactie van SVMNIVO naar aanleiding van de gehouden enquetes onder de kandidaten.
De beoordeling van de locaties was sterk wisselend. In de afgenomen enquête was niet te zien op welke locatie de kandidaat examen heeft gedaan, dit zal bij volgende enquêtes worden aangepast.
Er zijn nog steeds verzoeken de examens meer te spreiden omdat twee examens per dag een te zware opgave is.
Met ingang van 2006 wordt voor de vakken Bouwkunde, Makelaardijleer, Privaatrecht en Publiekrecht overgegaan op drie centraal afgenomen examens per jaar. Deze examens zijn dan met vijf vragen ingekort, zodat alle bestaande examentijden een kwartier korter worden. De combinatie wordt dan per dag een rechtenvak gecombineerd met makelaardijleer of bouwkunde.
Het examenonderdeel Bedrijfseconomie/Bedrijfsadministratie kan sinds 1 januari 2005 ook via de computer worden afgelegd (flextoets). Vanaf 1 oktober 2005 kan ook het examenonderdeel Economie/Marketing/Consumentengedrag middels flextoets worden afgelegd.
N.B. Per januari 2006 worden deze twee vakken uitsluitend per flextoets afgenomen.
Er blijven opmerkingen binnenkomen over het niet aansluiten van het lesmateriaal op het examen. Daarom herhalen we nog maar eens dat de exameneisen en de daaraan gerelateerde toetstermen zijn vastgesteld door de Stichting VastgoedCert. Deze ter beschikking zijn gesteld aan de opleiders. Ze staan ter inzage op onze site.
Voor alle duidelijkheid, SVMNIVO produceert geen lesmateriaal en schrijft ook niet het gebruik van bepaald materiaal voor. Opmerkingen dat het lesmateriaal niet zou aansluiten bij de examens horen dan ook thuis bij de opleiders.
Er blijkt onduidelijkheid te bestaan over de wijze waarop de examenuitslagen worden vastgesteld. Er heerst hier en daar nog het hardnekkige misverstand dat opzettelijk een (te) hoge cesuur zou worden bepaald om een laag slagingspercentage te bewerkstelligen.
De cesuur komt als volgt tot stand: Stel dat er sprake is van 60 vragen met elk 3 antwoordmogelijkheden. Theoretisch gezien kan iemand die zonder enige kennis aan het examen deelneemt, door te raden een score van 20 behalen (kans 1 op 3), dus wordt van de 60 eerst 20 afgetrokken, de zogeheten raadkanscorrectie. Van de resterende 40 vragen zou de kandidaat 55% goed moeten beantwoorden voor een voldoende. Dit zou leiden tot een cesuur van 42 (20 plus 55% van 40 = 20 + 22 = 42). De examencommissie stelt voor een dergelijk examen van 60 vragen doorgaans een cesuur van 39 vast. De cesuur wordt vóór het examen vastgesteld en bij de oproep aan de kandidaten meegedeeld. Daarmee wordt een maximale transparantie nagestreefd.
| Vak | 2003-II | 2004-I | 2004-II | 2005-I | teletoets |
| Bouwkunde | 27% | 40% | 17% | 27% | n.v.t. |
| Bedrijfseconomie | 40% | 42% | 51% | 39% | 52% |
| Economie | 37% | 39% | 51% | 25% | per 01.10.05 |
| Makelaardijleer | 39% | 28% | 44% | 49% | n.v.t. |
| Privaatrecht | 37% | 44% | 50% | 65% | n.v.t. |
| Publiekrecht | 46% | 31% | 56% | 45% | n.v.t. |