Het examen aanvullende theorie wordt afgenomen door middel van een flextoets. Het examen bestaat uit 50 meerkeuzevragen.
De kandidaat dient tijdens het examen het volgende bij zich te hebben: de originele oproep en een origineel en geldig legitimatiebewijs. Het gebruik van een niet-programmeerbare zakrekenmachine is toegestaan. Het gebruik van een gebonden wettenbundel is toegestaan, mits daarin geen aantekeningen voorkomen en er zich geen andere (tab)bladen in bevinden dan door de uitgever zijn aangebracht. Onderstrepingen of markeringen (met gekleurde stift) worden niet als aantekeningen aangemerkt.
Het is niet toegestaan communicatieapparatuur in enigerlei vorm in de examenzaal te gebruiken (ook de 'stand-by' stand is niet toegestaan). Indien het gebruik van dergelijke apparatuur in de zaal wordt gesignaleerd, volgt onmiddellijke uitsluiting van (verdere) deelname aan het examen.